Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 09/08/2017 Franco Paul Dessein

Onderdeurtje-generaal Franco veroverde Spanje met zijn troepen op het wettelijke leger en werd meteen opdondertje-dictator – en dat voor veertig jaar – van datzelfde Spanje. Franco was onder andere ook een ferme ijdeltuit: zoals bijna alle kleine ventjes die het behoorlijk ver hebben geschopt. Hij ging er bijvoorbeeld prat op dat zijn pols nooit aarzelde. Dat betekende dat hij geen schroom kende, en geen twijfel en geen angst om mensen die een andere mening waren toegedaan of die tegen hem hadden gevochten uit de weg te ruimen omdat hij dat optreden nuttig achtte voor het Spanje dat hij voor ogen had. Zijn pols aarzelde nooit.

Ik moest daar telkens aan denken als wij ons overgaven aan de heerlijke geneugte van het behangen van gang, living en keuken. Let wel: een dergelijke onderneming wordt vaak beschouwd als een heel ernstige test voor de huwelijksbestendigheid: het is beter dat je als echtpaar deze beslissing niet lichtzinnig neemt. Er kan oneindig veel van afhangen. Om te beginnen is er een onvoorwaardelijke leider nodig: iemand die de 'papierteugels' stevig in handen neemt.

Bij ons is dat gelukkig geen probleem: mijn hand beeft, mijn pols beeft en mijn hele arm trilt en beeft alleen al bij de gedachte dat ik een baan behangselpapier zou moeten plaatsen met enig succes op de mogelijkheid min of meer loodrecht te blijven: ik bedoel het behang op de muur, uiteraard. Wat ik dan onrechtvaardig vind, is dat mijn broer met de jaren is uitgegroeid tot een amateur-meesterbehanger, dat mijn zus zich heel goed verdedigt, terwijl ik met lege genetische handen achterblijf.

Wat kan het leven gruwelijk onrechtvaardig zijn. Ik zou me willen verzetten, maar ik weet: er bestaat maar één oplossing: aanvaarden, deemoedig aanvaarden. Wat ik dan probeer te doen: ik heb én mijn broer én mijn zusje waanzinnig lief. Ik heb mij binnen de behangactiviteit in de rol gestopt van domme kracht: ik probeer geen enkele persoonlijke inbreng tot stand te brengen. Ik voer zo gedegen mogelijk uit wat van mij verlangd wordt.

Binnen dit zeer beperkte kader heb ik mij gespecialiseerd in het klaarmaken van de muren. Ik mag ongehinderd mijn gang gaan: ik maak nat en maak nog een keer nat en daarna weer, tot ik hele slierten oud behangpapier kan lostrekken van de muur. Heerlijk domme arbeid: maar omdat ik het aankan beleef ik daar ongelooflijk veel genoegen aan. Vrolijke zelfvoldoening ligt zo vaak binnen handbereik.

Er is een tweede domein waar ik mezelf langzamerhand een expert durf in te noemen: ik kan behoorlijk 'pappen'. Dat werkje lijkt eenvoudig, maar 'goed gepapt is half gewonnen' zoals de spreuk zou kunnen luiden. Wij kenden vroeger iemand die af en toe een handje kwam helpen als wij klusjes of karweitjes hadden. Het was een vrolijke man die op gevorderde leeftijd nog boordevol energie stak. Hij wist zo ongeveer op elk domein zijn streng te trekken: alleen, je moest hem de baas laten. Je ziet en hoort het, een soortement leider lijkt wel onmisbaar. (Op politiek vlak geldt die regel niet! Of toch?) Die zeer brave en vriendelijke man, die na gepresteerd werk graag een paar kopjes sterke koffie lustte, had een lijfspreuk: je moet met je ogen stelen.

Wij hebben een bepaalde plek waar fataal een drietal banen samenkomen en elkaar overlappen, waar het dus bijzonder moeilijk is de banen zeer fijn aan te laten sluiten, vooral als er een motief(je) mee gemoeid is. Mijn vrouw heeft haar ogen gebruikt en gezien dat beroepsbehangers die drie flappen over elkaar leggen en dan met een stevig en uitermate scherpsnijdend stanleymes een soort zeegolfbeweging uitvoeren, waardoor de illusie van volmaaktheid ontstaat: de perfectie is plots van deze wereld. Deze beweging echter, ik kom terug op Franco, veronderstelt een hand en een pols die niet aarzelt, anders is alles een verschrikkelijke knoeiboel: gescheurd en gerafeld behang. Mijn vrouw durfde het dus aan. Er heerste gedurende een paar seconden een ijzingwekkende stilte. En dan die intense bevrijding: het is gelukt. Het resultaat is van dien aard dat, als ik dat zelf voor mekaar had gebracht, ik waarschijnlijk een week bijna niet aan te spreken zou zijn geweest van kinderlijke trots.

Ik heb mij nu beperkt tot lovende woorden op de hand en de niet aarzelende pols. Ik ben vervolgens weer ondergedoken in mijn kleine nederige rol van waaruit ik de behangtriomfen van mijn eega kon volgen. Zonder afgunst. Met pure bewondering. Of die bewondering wederzijds is, dat durf ik oneindig te betwijfelen.

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be