Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 04/10/2017 Marktervaringen Paul Dessein

Die vrijdagochtend liep ik wat rond op onze markt. Eigenlijk vroeg ik mezelf af, waarom ik graag 'markt'. Is het vanwege de kleurrijkdom? Je ziet wel enkele gekleurde medemensen: van andere rassen dus, voor zover je dat neutrale woord nog kunt gebruiken. Je hoort ook meerdere talen: Vlaams en Nederlands Nederlands, Frans, her en der Arabisch en ook talen uit heel andere streken. Zo een beetje het Brusselgevoel, volgens sommige progressieve lieden althans: heel erg aangenaam. Het bijzonder prettige bestaat erin dat iedereen in Brussel bij een minderheid hoort. Ik heb dat gevoel niet. Ik ben blij met wat ik hoor en zie op de markt van mijn thuisstad: Blankenberge.

Ik hoef me eigenlijk geen vragen te stellen: ik loop heel graag rond op onze markt, niet in het minst omdat ze her en der, altijd weer her en der, heel goeie producten verkopen. En ook, omdat er altijd iets onverwachts kan gebeuren. Want kijk, net als ik diep wegzonk in gepeins en gemijmer komt daar een rolstoel aangereden met daarin gekluisterd een nog vrije jonge vrouw van beginnende middelbare leeftijd. Gelukkig leek het me toe, als gevolg van een of ander 'dom' ongeluk, omdat, zo wil de volkswijsheid het, elk ongeval per definitie 'dom' is. Wel had zij een zeer weelderige en opvallende boezem die voor mooie golvende lijnen zorgde: een soort beheerste deining van de zee. Tussen de twee welpen (komt via Salomo uit de Bijbel) lag een kloofdal waarvan het begin door voldoende uitdieping van de jurk net zichtbaar was of eigenlijk net zichtbaar zou moeten zijn en het misschien wel even was. Je zou nu argeloos kunnen denken dat wat ik tot nu toe mocht aanschouwen niet echt de moeite waard was. Dat is dan toch een klein beetje kort door de bocht: de lage uitsnijding is vast en zeker bedoeld om de aandacht te trekken, maar in onze overbeschaafde wereld moet je dan doen alsof je helemaal niets merkwaardigs ziet. (Tot grote ontgoocheling van de vrouw in kwestie?)

Maar nu komt de aap uit de mouw in de vorm van een verrassende verschijning uit het kloofdal. Precies waar de uitsnijding een vermoeden geeft van het rijkelijke dal waar je dan de 'leliën' des velds verwacht en net pal tussen de twee weelderige druiventrossen (alweer het Bijbelse hooglied van Salomo) piept een hondensnoetje de wijde wereld in. De boezem mag dan uitzonderlijk gul zijn, het kloofdal mag dan heel diep zijn als gevolg van de enorme druiventrossen, je verwacht er geen hondje. Het snoetje was wel verzorgd – ik had heel even de indruk dat het beestje net van het kapsalon kwam – maar toch: daar midden tussen de rijkdom van een vrouwenlichaam verwacht je dat niet.

Ook ik was heel even verrast, verloor kortstondig mijn broze mentale evenwicht waarna ik wijselijk besloot mij te voegen naar de moderne tijdsgeest: alles kan, alles mag, vrijheid en blijheid en vooral de ultieme opmerking: waarom niet? Ik dacht ook heel even aan de man, vermoedelijk de onfortuinlijke echtgenoot, die het wagentje duwde: zou hij bij de toch tamelijk veel verwonderde blikken innerlijk volledig onbewogen blijven? Stond hij boven al dat gedoe hoog verheven, zoals onze Salomo? Wie zal het zeggen? Hier wil ik even heel duidelijk zijn: hoe verzorgd het diertje ook was, hoe heerlijk het ongetwijfeld ook geurde, het was een mormel. Ik hoop nu natuurlijk uit de grond van mijn hart dat de door het ongeluk achtervolgde vrouw nooit te weten komt dat iemand, in haar ogen een afschuwelijke onverlaat, ooit haar liefste boezemvriend, een mormel heeft genoemd.

Uit de tegenovergestelde richting kwam op zijn beurt een hond van normale afmetingen aangewandeld die zijn baasje meesleurde in onverkwikkelijke marktavonturen. Door de geraffineerde hondenkapsalongeur heen snoof onze gezonde hond de basishondengeur van het mormel op. Meteen zocht hij met zijn ogen naar de plaats van de eventuele blije ontmoeting. Toen zag hij het keffertje op een voor hem ongewone druiventrossenhoogte. Maar niets kom hem deren: hij rende naar de tijdelijk gehandicapte vrouw toe, trok daarmee zijn baasje mee en wilde meteen op de vrouw springen om het uiteindelijke hogere doel te bereiken. Dat wou onze rolstoelvrouw niet. Ze verzette zich hevig tegen de normale en gezonde spelbegeerte (en wie weet meer!?) van de aanvaller. Ze nam het kortom die andere hond kwalijk dat hij over haar lichaam heen recht naar haar mormelachtige poedeltje wou stormen en wellicht daarmee de normen van de huisdierhonden met voeten en poten trad. Het eindigde allemaal nogal droef: er kwam een ordinaire ruzie van. Ik maakte me, als niet-hondenkenner, zachtjes uit de voeten.

En bedacht: eigenlijk moet je soms weten wat je wilt of... niet wilt. Ik heb rustig mijn boodschappenlijstje afgewerkt.

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be