Krant van Blankenberge | In de Kijker
Blankenberge: 28/04/2017 De vergeten expeditie naar Australië 4 april 1967, onder bevel van commandant Robyns vertrekt het marineschip 'F905 De Moor' vanuit Oostende richting Australië voor een wetenschappelijke expeditie in het Groot Barrièrerif. De reis heen en terug, waarbij in totaal 64.381 kilometer werd afgelegd en vier continenten werden aangedaan, duurde ongeveer een elftal maanden. Aan boord, samen met 70 andere bemanningsleden, bevond zich ook onze toen 19-jarige stadsgenoot Henri Moeyaert voor wie deze expeditie een bijzonder grote indruk heeft nagelaten en voor een groot stuk zijn leven heeft bepaald.

Als journalist kom je veel mensen tegen en zo nu en dan is daar iemand bij met een bijzonder verhaal die de moeite waard is om neer te pennen. In dat kader waren we onlangs te gast bij Henri Moeyaert en zijn echtgenote Graziëlla Van Acker. Henri die gedurende zijn ganse loopbaan werkzaam was bij de marine is 70 jaar en geniet momenteel met volle teugen van zijn pensioen. In 1967, hij was toen nog vrijgezel, greep hij de kans om als vrijwilliger deel te nemen aan de wetenschappelijke expeditie in het Groot Barrièrerif in Australië, dit in opdracht van de universiteit van Luik onder leiding van rector Dubuisson. Henri was de enige Blankenbergenaar aan boord en één van de jongste bemanningsleden. De expeditie die bij hem een grote indruk heeft nagelaten ligt 50 jaar na datum nog vers in z'n geheugen.

De vergeten expeditie naar Australië
Henri Moeyaert poseert trots bij de maquette van het marineschip 'F905 De Moor' die destijds werd ingezet voor de expeditie in Australië.

"Het was de grootste wetenschappelijke expeditie ooit die werd uitgevoerd in het Groot Barrièrerif", zegt Henri Moeyaert. "Het rif in de Koraalzee is één groot natuurpark waar de wetenschappers die aan boord waren zes en een halve maand onderzoekwerk hebben verricht. De expeditie in opdracht van de universiteit van Luik verliep in samenwerking met de universiteiten van Brussel, Leuven, Gent maar ook van Brisbane (Australië) en Newcastle (Groot Brittannië) en het Belgisch Natuurhistorisch Museum. Aan boord bevonden zich reuzeaquaria die dienden om stalen mee naar huis te nemen. Talloze koralen om en nabij een 670-tal soorten, waaronder een aantal tot dan toe onbekende en daarnaast een groot aantal schelpen en sedimenten werden meegebracht naar België, goed voor jarenlang studiewerk. Op dit moment ligt alles tentoongesteld in de Luikse universiteit, het is de grootste koraalverzameling ter wereld."

De in totaal bijna elf maanden durende wetenschappelijke expeditie gebeurde aan boord van het marineschip 'F905 De Moor', een stoomschip van het type Algerine, gebouwd in Belfast tijdens de Tweede Wereldoorlog als escorteur-mijnenveger.

Henri Moeyaert vertelt ... "Het aantal bemanningsleden werd gereduceerd van 101 naar 71, dit om de nodige plaats te creeëren voor de reuzeaquaria. Het comfort aan boord was heel miniem. Tijdens de reis naar Australië moesten we de tropen trotseren zonder enige vorm van isolatie of airco. We sliepen met met dertig man in één ruimte in stapelbedden drie boven elkaar. Er was een constante lawaaihinder van 80 dB, veroorzaakt door een elektrische generator, een gyrocompas, frigocompressors en een waterpomp die zich in dezelfde ruimte bevonden. In de machinekamer heersten constant temperaturen van meer dan 45 graden Celsius zodoende dat het logboek moest worden ingevuld met een potlood ... een kogelpen liep gewoon leeg. Bij de stoomturbine liep de temperatuur zelfs op tot 75 graden Celsius, wat het onmogelijk maakte om op die plaats adem te halen."

lees deel 2 © www.krantvanblankenberge.be